Op bezoek bij Mozes in Tsepelovo – een workshop beekeeping

 

img_20160509_125332Onze laatste dag in de Zagori, we nemen afscheid van Rita en Yiannis en hun mooie hotel Porfyron. Maar voor we dit prachtig stukje natuur verlaten, rijden we eerst nog richting het dorp Tsepelovo. Hier hebben we afgesproken met Mozes voor een workshop beekeeping. Deze oude ambacht gaat terug tot de Minoïsche tijd. Op Kreta werden er voorraadkruiken teruggevonden met sporen van honing en ze maakten ook mede, een gefermenteerde honingdrank. Dat de bij een belangrijke rol speelde bij de Minoërs kan men zien aan de afbeeldingen en sieraden in de vorm van een bijenhanger. Potnia, de Moedergodin werd ook de Zuivere Moederbij genoemd. Later liep deze cultus over in die van de Olympische goden. De priesteressen die Artemis vereerden werden bijen genoemd. Bij de Myceners vinden we dan weer de tholosgraven terug die de vorm van een bijenkorf hadden. Homeros vertelt ons dat de god Apollo zijn profetische gave kreeg van drie bijenmaagden die Thriae werden genoemd. Een afbeelding van deze Thriae werd teruggevonden op gouden plaketten op de archeologische site van Kamiros op Rhodos. Ook de priesteres van het orakel in Delphi wordt aanvankelijk de Delphische bij genoemd. Maar het is pas Aristoteles die de biologie van de bij gaat onderzoeken. En in zijn theorieën gebruikt hij het bijenvolk als metafoor voor de mensenmaatschappij. In de mythologie is er dan weer het verhaal van Aristaios en de bijen en op Kreta was Melisseus, de bijenman, de vader van de nimfen Adrasteia en Ida. Ook in de taal wordt er verwezen naar honing. Zo betekent de naam Merope ‘honinggezicht’ wat naar welsprekendheid verwees. Het Nieuwgriekse woord voor honing is nog steeds ‘meli’. De bij is dus al heel lang aanwezig in de geschiedenis van Griekenland.

dsc_0282dsc_0284We zijn laat en het is even zoeken voor we zijn huis vinden. Er zijn weinig mensen op straat, net als in de andere dorpen heerst een gevoel van verlatenheid. Opeens zie ik rechts van de weg een groot bord met een bij erop. Hier moet het zijn! En ja hoor, meteen komt er iemand naar ons toe. Omdat we niet weten waar parkeren met het kleine busje, helpt hij ons het hek binnenrijden. Een tweede man komt aangelopen, hij stelt zich voor als Mozes. ‘We waren op jullie aan het wachten!’ lacht hij. ‘Willen jullie eerst een koffie drinken?’ We stemmen in en nemen plaats op het balkonterras.Ik weet niet goed wat ons te wachten staat en of dit wel zal meevallen, ik word er een beetje zenuwachtig van. De twee mannen gaan binnen rommelen in de keuken, na enige tijd wordt ons gastvrij Griekse koffie geserveerd. We maken een praatje, het ijs geraakt stilaan gebroken. Mozes verdwijnt weer het huis in en geeft allerlei instructies in het Grieks aan z’n vriend. Er wordt een tafel naar buiten gebracht, een groot computerscherm verhuist ook naar buiten en kabels worden aangesloten. Ik kijk verbaasd naar het gebeuren. ‘Wat krijgen we nu?’ dacht ik. ‘Als jullie het goed vinden, zullen we jullie eerst wat uitleg geven over het complexe leven van de bijen,’ zegt Mozes, ‘mijn vriend hier zal voor jullie vertalen in het Engels want ik heb nog geen Engelse versie van mijn powerpoint.’ Bleek dat we eigenlijk z’n eerste buitenlandse publiek waren.

We kwamen te weten waar bijen zoal hun voedsel halen, hoe ze zich voortplanten en hoe de honing gemaakt en vergaard wordt. Dat er werkbijen zijn, slechts één koningin en mannetjes bijen, darren genaamd. Na elk stukje uitleg keek hij eerst naar z’n vriend als teken dat hij kon vertalen. De vriendelijke man had zich eveneens goed voorbereid. In zijn handen hield hij papieren waarop hij aantekeningen had gemaakt. Alle voorbereidingen ten spijt, kreeg hij zijn zenuwen niet de baas, ook al was dat helemaal nergens voor nodig. Hulpeloos zocht hij naar woorden die hij had opgezocht, kon ze niet vinden, streek nerveus met z’n handen door z’n lange, donkere grijswordende haren, wreef daarna herhaaldelijk over z’n benen, zat zodanig te wiebelen dat niet alleen z’n papieren de grond opvlogen, hij donderde bijna zelf van het krukje af. Ik kreeg medelijden met hem en probeerde hem te helpen door woorden aan te vullen. We bleven allemaal geduldig naar hem luisteren. Vervolgens liet Mozes hem de bijenkast, die naast hem op de grond stond, demonstreren. Ze werd opengedaan, we zagen de verschillende raten en we kregen uitleg over hoe de was er werd afgeschraapt en hoe ze daarna in een centrifuge geplaatst worden om de honing eruit te slingeren. Maar dit zou hij ons nog verder tonen in het atelier beneden. Nu was het tijd om een kijkje te gaan nemen bij de bijen.

Ze bestudeerden eerst beiden de hemel en analyseerden de wolken. Na enig overleg, leek het veilig genoeg om ons mee te nemen en de kasten te openen. ‘Afhankelijk van de weersomstandigheden worden bijen agressiever.’ maakt hij ons duidelijk. ‘Iemand allergisch voor bijen?’ We kijken elkaar aan. Niemand van ons werd eerder gestoken. ‘Wat gebeurt er als iemand allergisch reageert?’ ‘Oh,’ verklaart Mozes met gerust gemoed, ‘we hebben wat pilletjes.’ Zijn vriend die waarschijnlijk de ongerustheid in onze ogen ziet groeien, voegt eraan toe: ‘Het ziekenhuis is niet zo veraf.’ Ik vraag me af waar ik het idee vandaan heb gehaald om tussen een hele hoop bijenkasten te gaan staan waar zo’n honderden bijen moeten inzitten. Ik voel me niet erg op m’n gemak. Ook bij de anderen ontstaat wat commotie.

Mozes raadt ons aan om lange kledij aan te trekken, liefst ook geen felle kleuren te dragen en om geen geuren zoals deo of parfum te gebruiken, want daar komen de diertjes op af. We doen snel nog wat vestimentaire aanpassingen in de badkamer van Mozes en volgen de twee mannen dan naar het atelier beneden. Daar worden we allemaal voorzien van beschermende pakken en handschoenen. Zijn materiaal is nog helemaal nieuw. ‘Wie heeft het meeste schrik?’ ‘Ik!’ roep ik uit. Wat een geluk, het pak dat het meeste bescherming biedt, gaat naar mij. Het wordt een gestuntel om erin te geraken. Hilariteit alom. Het is niet meteen duidelijk wat waar hoort, maar na wat geworstel komen we allemaal tevoorschijn vanachter een hoed met wit gaas. Ik voel me net of ik in één of andere oude film beland ben. Ik had geen idee dat deze pakken nog steeds gebruikt werden. We waren nog niet klaar om te vertrekken want eerst moest de roker nog aangestoken worden. Met dit ijzeren potje kan je rook omheen de bijen blazen waardoor ze kalmer zijn wanneer de bijenkasten worden geopend. Ik hoopte maar dat die rook echt hielp.

Rondom de weide zat schrikdraad. Op het eerste zicht leek dit wat nutteloos, maar toen legde Mozes uit dat beren verzot zijn op honingraten en dit moet hen dus tegenhouden. Bijen of beren, het werd er niet minder spannend om. Maar mijn nieuwsgierigheid nam de overhand en ik ging een kijkje nemen. Mozes vroeg z’n vriend om rook te blazen, ons zei hij om vooral niet voor de kasten te gaan staan bij de opening, maar erachter. Hij opende de kast, haalde de zak met hun voeding ervan en nam een raat eruit die hij doorgaf. We zagen gele bolletjes aan hun lijfjes plakken, dit waren de pollen. ‘Wie vindt de koningin?’ Algauw werd de grootste bij gespot. Maar het mooiste wat we zagen, was de geboorte van een nieuwe bij. Beetje bij beetje duwde ze de waslaag weg van haar gaatje en kroop met haar kleine lijfje er uit. De bijen begonnen meer en meer te zwermen rondom ons, ik duwde mijn pak dicht tegen me aan, benauwd dat er een bij in zou vliegen om er dan niet meer uit te raken. Het bracht Mozes aan het lachen: ‘Je staat er als bevroren!’ Hij schoof de raat er weer in en sloot de kast. ‘Laten we teruggaan naar het atelier.’ Het is een vreemde ervaring om rondom jou enkel en alleen het gezoem van bijen te horen en verder niets.

Opgelucht – niemand was gestoken – kroop ik uit m’n pak. Nu kwam voor mij het leukste gedeelte: proeven van de honing. Na een korte uitleg over de werking van de verschillende apparaten, liet Mozes ons eerst de pollen proeven die hij uit de diepvries haalde. Hij waarschuwde ons dat de natuurlijke pollen een bittere smaak hebben en je ze daarom best vermengt bij je muesli. Ik proefde, de pollen smolten snel op mijn tong. Eigenlijk vond ik het best lekker, zelfs eerder zoet. Vervolgens liet hij ons twee soorten honing proeven, één gemaakt van pijnbomen en de andere van bloemen. Die van pijnbomen had een diepbruine kleur en had een heel scherpe smaak. Die van bloemen was heel wat zachter. Ik verkoos de honing van pijnbomen. Maar naast honing produceren bijen ook nog andere producten zoals propolis. Om dit te verkrijgen, verzamelen ze hars dat ze vervolgens gaan bewerken door te kauwen en speeksel toe te voegen. Het afgewerkte product heet dan propolis. De bijen zelf gebruiken het onder andere om hun nest te beschermen. Propolis heeft ook een sterke anti-bacteriële werking en er worden heel wat gezonde eigenschappen aan toegekend. Nog een ander product dat deze wondere diertjes produceren, is de koninginnenbrij. Dit is eigenlijk het voedsel waarmee de werkbijen de larven voeden waaruit een nieuwe koningin kan voortkomen. Ook hieraan worden erg krachtige eigenschappen toegekend. De was van de raten gebruikt Mozes dan weer om zeep, lippenbalsem en kaarsen van te maken.

Iedereen is enthousiast en wil lekkere honing mee naar huis. Potjes worden gevuld en als cadeautje krijgen we zeep. Daarnaast laat Mozes ons ook nog iets kiezen uit de tentoongestelde producten. Voor we het atelier verlaten, haalt hij pen en papier boven. ‘Ik had graag dat jullie mij beoordelen over deze workshop.’ Of we punten willen geven en eventueel enkele tips willen schrijven. Het kan niet anders of er wordt een hoge score gegeven. We raden hem wel aan om zijn powerpoint ook in het Engels te vertalen.

dsc_0287img_20160509_130903Ik voel dat mijn maag knaagt. We zijn de tijd uit het oog verloren, ondertussen is het al middag. Terug op het balkon heeft Mozes een leuk voorstel: of we samen iets willen drinken? ‘Ja, graag. Maar we hebben ook honger!’ ‘We kunnen anders naar het dorp gaan en enkele mezzedes bestellen, ik zou jullie hier iets aanbieden, maar ik heb eerlijk gezegd niet zoveel in huis.’ We rijden een kort stukje naar het dorpsplein. Zoals overal hier staat in het midden een grote plataan en is er één dorpscafé te vinden. Ik vraag mij eigenlijk af waar ze hier gaan winkelen, ik heb nog nergens een winkel gezien, zelfs geen kruidenierswinkel of een bakker. We nemen plaats op het terras. De cafébaas komt langs om op te nemen. ‘Zullen we tsipouro bestellen?’ Sterke drank op een lege maag, komt dit goed? Oké, dan maar. Laten we gaan voor tsipouro. De kleine flesjes worden op tafel gezet, samen met de druppelglaasjes en een mandje brood. Als een uitgehongerde wolf stort ik mij op het brood. Vrij snel volgen er nog meer bordjes: kaas, bonen, tzatziki… en iets waarvan ik vermoed dat het levertjes zijn. Mozes’ vriend die naast me zit, bevestigt mijn vermoeden. De tsipouro maakt de tongen los en brengt het gesprek op gang. Ook hem lijkt de sterke drank goed te doen, terwijl hij net nog zo onzeker overkwam, volgt nu de ene vraag na de andere, heeft hij zoals de meeste Grieken een uitgesproken mening over alles en maakt zelfs af en toe grapjes. Zijn inzichten zijn interessant, ik verschiet soms. Het gesprek gaat over België en Griekenland, over werkloosheid, over inkomsten en huur, over landbouw, over het leven zelf.

img_20160509_131021img_20160509_130932Mozes vindt dat hij te oud is om nog van leven te veranderen of naar een ander land te verhuizen, maar hij knikt naar zijn vriend en zegt dat hij dit wel nog kan doen. Ik zeg dat elke dag een nieuwe mogelijkheid is om te veranderen. Mozes is met verstomming geslagen. ‘Jouw woorden raken mij.’ zegt hij. ‘Ik wil ze opschrijven. Mag ik ze opschrijven?’ Ik twijfel of hij het serieus meent, ik knik ja op z’n Grieks, bijna zoals wij nee zeggen, met de kin een halve slag naar links, deze keer het soort ja die er van de buitenkant uitziet als heel overtuigend, maar waarvan je – of ik dan toch – je stante pede afvraagt of de persoon in kwestie eigenlijk compleet het tegenovergestelde denkt. Hij grabbelt naar z’n portefeuille op zoek naar een papiertje. Het is natuurlijk wel een feit, en dat vergeet ik telkens weer, dat Grieken veel grootser zijn in emotie dan wij noorderlingen. Er wordt nog meer tsipouro besteld en nog meer hapjes. Een jongeman in legeruniform gaat alleen zitten aan een ander terrastafeltje. We vragen wat zij hier doen. ‘Ze zijn ingezet om extra controle uit te oefenen voor de vluchtelingen.’ Inderdaad, bij het binnenkomen van het dorp zagen we een gezin met kinderen langs de kant van de weg zitten. De jongeman met lichte ogen staart voor zich uit, hij heeft een indringende blik. Het wordt stilaan tijd voor ons om te vertrekken. Maar niet alvorens we op vraag van Mozes onze gegevens hebben uitgewisseld. Als we willen betalen, komt hij tussenbeide en zegt dat hij trakteert. We willen niet, maar hij staat er op. Wat hij verdiende aan de honing, geeft hij ons terug. Ook dit is Griekse gastvrijheid.

We nemen afscheid, niet alleen van hen maar ook van de Zagori. Maar voor we dit bergachtige landschap verlaten, rijden we nog even naar Skala Vradeto. Manolis, die ons gidste door de bergdorpen en met ons de tocht door de Vikos kloof ondernam, suggereerde dit als extra wandeltocht. Skala Vradeto is een oude stenen trap die langs een bergflank van het ene dorp naar het andere leidt. Dit soort pad, kalderimi genaamd, was vroeger de enige toegang tot het dorp. Kalderimia zijn over heel Griekenland te vinden en zijn geplaveide paden meestal gebruikt door herders of voor het vervoer van goederen met muilezels. Vaak zijn ze enkel bekend bij de lokale bevolking. Sommige paden zijn ook totaal vergeten of verwaarloosd en worden nu opnieuw in ere hersteld door Griekse organisaties die de kalderimia opnieuw gaan ontdekken en wandelroutes uitstippelen voor toeristen. Er rest ons te weinig tijd om de wandeltocht te ondernemen, maar we genieten van het uitzicht. Even verder lopen bruine koeien langs de weg te grazen. Het lijkt net of we zijn in Oostenrijk beland.

img_20160509_185021We maken nog één stop. Yiannis van hotel Porfyron, liet ons de man van Zagori zien. Maar in de reisgids lezen we ook dat er een vrouw van Zagori is. Dit standbeeld werd opgericht ter ere van de vrouwen in de Grieks-Italiaanse oorlog van 1940-1941. Onder harde weersomstandigheden en hun eigen leven riskerend, droegen ze zware pakken op hun rug met voedsel en ammunitie voor de strijders aan het front. Het duurt niet lang of we zijn terug in Ioannina met zijn mooie meer en geheimzinnige wolkensluiers.

Hiking met Manolis in Zagoria – de oude bruggen

20160506_091901We hebben afgesproken met Manolis bij de ingang van het dorp Dilofo. Met z’n nordic stick, rugzak en sportieve kledij herkennen we hem meteen. Hij komt naar ons toe en begroet ons vriendelijk. ‘Zijn jullie klaar om te vertrekken?’ We knikken enthousiast. De tocht begint bij het dorpsplein van Dilofo, waar zich in het midden – zoals in zovele Griekse dorpjes – een oude plataan bevindt. Het zijn prachtige bomen die in de hitte van de zomer voor verkoeling zorgen door hun schaduwrijke bladeren. De meeste zijn geplant tijdens de Turkse overheersing. Het was toen de plaats waar de burgers hun belastingen moesten betalen. Aangezien er ook geen straatnamen of nummers zijn, is het tegenwoordig eveneens de plaats waar de postbode heen komt en waar de mensen hun post komen afhalen of hun rekeningen betalen. Rondom de plataan staan terrastafeltjes en kleurrijke bloempotten fleuren het pleintje op. Achter de indrukwekkende plataan staat een al even indrukwekkend gebouw. Het herenhuis ‘Archontiko Makropoulou’ valt voornamelijk op door zijn hoogte. Manolis vertelt ons dat de eigenaar opzettelijk het huis zo hoog liet bouwen zodanig dat zijn vrouw, die afkomstig was van een naburig dorp, vanuit het huis ook haar geliefde dorp kon zien. Het herenhuis kreeg later een nieuwe bestemming en deed dienst als school. Tegenwoordig staat het mooie gebouw echter leeg. Dilofo betekent ‘twee heuvels’, het dorp werd zo genoemd omdat het amfitheatergewijs aan de voet van twee heuvels gebouwd werd. Het is eveneens een prachtig voorbeeld van de typische architectuur van de Zagori met als kenmerkend element de leistenen daken.

Vanaf het dorpsplein lopen we langs een pad een eikenbos in, algauw blijkt dat we in het gezelschap zijn van nog een plaatselijke gids. Ik vraag aan Manolis of het zijn hond is. ‘Nee,’ antwoordt hij, ‘dit is een van de vele honden van het dorp, die hebben geen eigenaar, alleen hun vrijheid. Hij is mij al verschillende keren gevolgd. Het is trouwens een tijdje geleden dat ik hem zag en nu ineens is hij terug.’ ‘Hoe heet hij?’ ‘Pippis’. Deze trouwe viervoeter zou ons de hele tocht lang gezelschap houden, hij bleek ontzettend slim en zorgde er als een echte herdershond voor dat alle schapen bij elkaar bleven. Manolis zette er meteen een goed tempo in, dit was niet even slenteren van dorp naar dorp. Het duurde niet lang of we kwamen het eerste stenen brugje al tegen, de Captain Arkouda brug, net voor het monument ter ere van Giorgos Arkoudas, een verzetstrijder tijdens de Turkse bezetting.

Na een fotostop steken we de weg over en gaan we opnieuw het bos in heuvelopwaarts. De zon schijnt en ik krijg het algauw warm. Vlug drink ik enkele slokken verfrissend water. Op de heuvel komen we een groep mountainbikers tegen. Manolis zegt ons even op kant te gaan. Ik begrijp in geen geval hoe iemand op dit rotsige pad ooit naar beneden kan fietsen, het lijkt mij een gevaarlijke onderneming. Pippis is alweer voorop, hij wacht ongeduldig tot we weer beginnen stappen. Ook voor hem heb ik bewondering, hij is gewond aan één poot, maar loopt gezwind de heuvels op en af op drie poten. Wat verder toont Manolis ons de volgende stenen brug, Plakida genaamd. Deze heeft drie bogen. Er was heel wat vakmanschap vereist om deze bruggen te bouwen. Ze zijn zo mooi dat ze als het ware opgenomen worden in het landschap. Ik denk aan Sicilië, een prachtig eiland, maar waar in tegenstelling tot deze bruggen de viaducten lelijke krassen vormen op het bucolisch schilderij. Aangekomen op de brug, is het opnieuw tijd voor een foto. Pippis is er als de kippen bij om mee te poseren, een waar natuurtalent. Na erover heen te zijn gelopen, gaan we bij de oever van de Vikos rivier zitten. De weerkaatsing van het zonlicht op het smaragdgroene water zorgt voor een perfecte weerspiegeling van de brug. Het is net of ik bevind me in een feeëriek sprookjesbos en verwacht zo om de hoek nimfen te zien verschijnen. Ik zou hier gerust nog een tijdje kunnen zitten, in de stilte van de natuur, kijkend naar de brug en het water. Maar er wachten ons nog enkele pareltjes dus zetten we onze tocht verder.

Onderweg geeft Manolis ook boeiend uitleg over de fauna en flora die we te zien krijgen. Zijn passie voor de natuur komt meteen tot uiting. Zo toont hij ons verschillende soorten wilde orchideeën aan. En ook vertelt hij ons welke dorpen we in de verte zien liggen. Zo kijken we nu uit op het dorp Kipi.  De wandeling gaat verder. Af en toe knoop ik een gesprekje aan met de gids. Zoals zijn naam me al deed vermoeden, is hij afkomstig uit Kreta. Hij vertelt me ook dat hij een huis heeft in het dorpje Dilofo waar we vertrokken en dat hij naast gids ook imker is. Hij is nieuwsgierig hoe we hier in Zagoria terecht gekomen zijn, de meeste toeristen kiezen toch voor de eilanden, voor zon, zee en strand? Hoewel ik ontzettend hou van de eilanden, vind ik deze streek een ware ontdekking. De natuur is hier zo overweldigend mooi, dat ik er dagen na thuiskomst nog aan denk. We wandelen verder naar de Kontodimou brug. Onderweg wijst Manolis nog een soort bloemetjes aan die wanneer je hun wortel in warm water beweegt, de substantie saponine vrijgeven waardoor er een zeepachtig schuim ontstaat. Vroeger gebruikten ze dit om kleren te wassen. Hun Latijnse benaming is Silene Latifolia, White Campion of zoals wij ze noemen nachtkoekoeksbloem. De naam Silene wordt in verband gebracht met de satyr Silenus, leermeester van Dionysos, en ook met het Latijnse woord saliva, afgeleid van het Grieks ‘sialon’. Latifolia betekent ‘met wijde blaadjes’. Naast deze witte variant, bestaat ook die met paarse bloemen. Deze wordt Silene dioica, Red Campion of dagkoekoeksbloem genoemd en scheidt een plakkerige substantie af die de pollen van insecten vangt.  Ik maak me meerdere keren de bedenking hoezeer we zijn vergeten of niet weten welke rijkdom aan producten de natuur bezit. We vervolgen het pad en komen uit bij het dorp Koukouli. Dit traditionele dorp met zijn fonteinen en typische architectuur is de geboorteplaats van Kostas Lazaridis, een wetenschapper wiens befaamde kruidenverzameling tegenwoordig tentoongesteld wordt in het Rizario Museum. Het is er iets drukker, verschillende groepen van wandelaars komen hier langs tijdens hun tocht. Manolis stelt voor om hier nog niet te eten en nog een stukje verder te lopen. Sommigen van ons hebben honger. En moeten dringend naar het toilet. Er zit niets anders op dan gebruik te maken van het vieze openbare toilet. Als een echte waakhond is Pippis ons stiekem gevolgd en houdt bij de ingang de wacht tot we klaar zijn. Ik geef hem een aai, wat een lieve hond. We gaan verder, Manolis moet inmiddels begrepen hebben dat we aan de lunch toe zijn, en toont ons een rustig plekje aan waar we kunnen pick-nicken. Gelukkig kunnen we schuilen onder het houten afdak want het begint even te druppelen. We halen onze broodjes lunch die Rita bereid heeft tevoorschijn, dit zal smaken! Ook Pippis wacht geduldig op de restjes. Na de lunch trekken we de weide in en volgen een stenen pad dat omzoomd door halfhoge struiken tussen twee bergflanken loopt. We komen uit bij de Misiou brug. Naast uitleg over fauna en flora, krijgen we van Manolis ook geologische informatie. Hij legt ons uit hoe bepaalde rotsformaties tot stand zijn gekomen, wat de verschillende kleurlagen of de afzettingen op de rotsen betekenen.

We gaan verder en volgen het pad door het bos. Door de nabijheid van de rivier is het pad drassig. Ineens houdt Manolis halt. ‘Kijk hier!’ roept hij uit. We kijken verstomd naar de afdruk in de modder. ‘Dit is de afdruk van een berenpoot!’. Ik kijk hem bevreesd aan. ‘Van een berenpoot?’ stamel ik. ‘Het is nog een verse afdruk’, voegt hij eraan toe. Ik begin onrustig de struiken rondom af te speuren met mijn blik. Dat er in dit gebied bruine beren voorkomen, wist ik, maar niet dat ze hier langs dit wandelpad zouden komen. Ineens begint Pippis onophoudelijk te blaffen. Ik denk meteen aan het verhaal van Lena, die ons na de kaasworkshop vertelde, dat ze ooit een beer tegenkwam en toen geluk had dat ze een hond mee had. Meestal begint die dan hard te blaffen en gaat de beer weg. Geritsel in de struiken, Pippis verdwijnt blaffend het struikgewas in. Een beer, denk ik, er is een beer! Iedereen staat gespannen te kijken. Ineens komt vanuit de struiken een wilde koe tevoorschijn. Ik haal opgelucht adem. Pippis komt uitgelaten langs mijn voeten gerend. ‘Bravo Pippi!’ roep ik hem enthousiast toe en aai hem opnieuw over z’n kop. Hij lijkt me te begrijpen. Manolis kijkt me glimlachend aan. Bekomen van dit kleine avontuur vervolgen we onze tocht naar de laatste brug van vandaag, de Kokori brug.IMG_20160506_135531-EFFECTSHoewel ze langs de weg ligt en er auto’s passeren, vind ik het één van de mooiste. De stenen van deze bruggen zijn robuust en verweerd. Pippis komt gewillig naast me zitten en poseert nog een laatste keer. Na ons gaat een ouder koppel foto’s nemen op de brug. De tocht zit erop en we keren te voet terug naar Dilofo, het dorp waar we zijn vertrokken. We volgen een stuk langs de autoweg, waarna we weer de beboste heuvel op gaan. Onze trouwe hond blijft zitten bij de parking, misschien hopend op een nieuwe groep wandelaars. We roepen hem na, maar verstard blijft hij zitten. Het is warm geworden en moeizaam klauter ik de heuvel op. Dan ineens duikt Pippis naast me op. Ik kijk hem aan. Samen naar het dorp? Moe maar voldaan, kijken we uit over de leistenen daken van Dilofo.

Paddenstoelen plukken met Yiannis

DSC_0113Ik trek de gordijnen open van de hoge ramen in de slaapkamer en kijk verrast het dal in. Een witte nevel is tussen de bergflanken in gekropen en ligt als een wollen deken over de huizen beneden waardoor ze verdwenen lijken. Maar de hemel is helder en de zon schijnt. Weldra zal de nevel oplossen en zullen de huizen in het dal weer tevoorschijn komen. We zitten aan het ontbijt in hotel Porfyron, waar Rita zoals elke morgen onder andere haar zelfgemaakte jammetjes op tafel heeft gezet. Er is zoveel keuze dat je vaak niet weet wat eerst proeven. De citroenmarmelade is tot nu toe mijn favoriet. We zijn van plan om vandaag naar de archeologische site van Dodoni te trekken. Maar na een tip van Manolis, de gids die ons begeleidde tijdens de hiking, en een vraag aan Rita, kunnen we vandaag met haar man Yiannis paddenstoelen gaan plukken. Hij stelt voor om meteen na het ontbijt te vertrekken, om de regen die in namiddag kan vallen te vermijden. Hij weet niet zeker of we er zullen vinden, het is nog niet zo heel warm geweest. Bij de deur naar de receptie neemt hij zijn houten wandelstok waarmee hij de bladeren op de grond kan wegharken, zijn twee rieten manden en we zijn klaar om te vertrekken. Rita geeft nog snel een boekje mee over paddenstoelen zodanig dat we de soorten kunnen herkennen. We rijden naar een ander dorp toe, onderweg toont Yiannis ons zijn geboortedorp aan. Na nog een stukje rijden op de grote weg, zegt Yiannis ineens dat we moeten afslaan. We draaien een klein zijweggetje op, dat we zonder zijn aanwijzingen zo voorbij zouden gereden zijn. Hij doet teken dat we nog even door moeten rijden, daar tot aan die schuur. ‘Dit was vroeger een boerderij,’ vertelt hij, ‘ze is nu verlaten’. Achter de boerderij, het beekje over, begint een eikenbos. De bomen hebben opvallend kronkelige en lage stammen. Het mysterieuze eikenbos speelt een spel van schaduw en licht. ‘Laten we hier zoeken.’ zegt hij en hij richt zijn blik naar de grond. Eerst vinden we grote witte, maar die blijken niet eetbaar te zijn. Hij wandelt nog wat verder en gaat door met zoeken. ‘Hier!’ zegt hij ineens. Hij toont ons opgetogen de geelkleurige paddenstoel. Dit zijn de cantharellen!

Nu we gezien hebben waarnaar we moeten zoeken, richten we met z’n allen de blik naar de grond en gaan ook op zoek. De één na de ander riep: ‘Ja, hier! Ik heb er gevonden!’. Het is verbazingwekkend welke vreugde je ervaart wanneer je oog plots valt op een goudgeel kopje dat tussen de eikenbladeren uitsteekt. Ook het zoeken zelf is rustgevend, het slorpt al je gedachten op. Yiannis is tevreden, hij had niet gedacht dat we er zoveel zouden vinden. Onze eerste mand is gevuld. ‘Hebben jullie nog even tijd?’ vraagt hij. ‘Dan gaan we nog naar een andere plaats.’ We zijn intussen helemaal enthousiast en willen graag ook de tweede mand nog gevuld krijgen. Na nog een eindje rijden langs de grote weg, maakt hij met een gebaar duidelijk dat we moeten op kant parkeren, daar waar de weg verbreedt. We stappen opnieuw uit en steken over. Aan de andere kant van de weg bevindt zich een klein bosje, maar het is net iets meer overwoekerd door struiken en onkruid. Langs de berm in het hoge gras, wijst hij ons een wilde asperge aan. Er blijven er niet veel meer over, het seizoen van de wilde asperges loopt op z’n eind. Hoewel vriendelijk kwam Yiannis aanvankelijk nogal terughoudend over. Anders dan de meeste Grieken, loopt hij niet druk gebarend en luidruchtig te babbelen. Ik heb de indruk dat het misschien iets te maken heeft met deze streek, met dit landschap, de stugheid van de bergen lijkt zich te vertalen in hun karakter. Maar nu we voor het eerst met hem op stap zijn, leren we een andere Yiannis kennen. Hij lijkt blij met onze interesse en niet alleen lichten zijn ogen ontzettend op wanneer hij de paddenstoelen vindt, hij vertelt ons ook nu en dan een grappige anekdote. Ik loop naast hem en haast op fluistertoon vertelt hij: ‘Weet je, ik was eens samen met Rita hier in het bos naar paddenstoelen aan het zoeken – ja, dan kibbelen we af en toe want zij is dan zo gefocust op het zoeken dat ze alle richtingen uit gaat (Rita vertelt achteraf dat ze niet meer zonder gsm het bos in gaat) – en ik was even een stuk verderop alleen aan het lopen toen ik links van mij twee meisjes zag zitten. Zij hadden mij niet gezien en hoorden enkel geritsel waarna ze heel hard beginnen schreeuwen zijn. Ik kijk hem vragend aan. ‘Ze dachten dat er een beer zat! Hun gezichten zagen helemaal bleek!’ Ik lach om zijn verhaal. En kijk vervolgens toch snel even rond om te zien of er echt geen beer zit, maar alles lijkt in orde. We gaan verder met onze paddenstoelen zoektocht en vinden er nog enkele. Tot iemand roept dat ze een slang gezien hebben. Ik begin toch maar op te letten waar ik m’n voeten zet. Even later zegt Yiannis dat we kunnen stoppen met zoeken, er zijn niet zoveel paddenstoelen.

Wanneer we terugkeren naar het pad, wijst Yiannis ons ineens een klein schildpadje aan dat op de grond zit. Hij vertelt ons dat je aan de hand van de lijnen op het schild, de leeftijd kan bepalen. We vragen of dit ook voedsel is voor de beren. ‘Ja,’ zegt hij, ‘ze slaan het schild stuk op een rots en eten dan de schildpad op’. We laden de tweede mand in de koffer en vertrekken. Op de terugweg laat Yiannis ons nog even stoppen bij de waterbekkens. Hier stroomt het water van de bergen zo hard, dat het een enorme kracht bereikt waardoor de mensen hierheen komen in de lente om hun tapijten te laten wassen en drogen. Naast de bekkens bevindt zich een graanmolen die nog steeds in gebruik is. Aan de overkant is er een forelkwekerij.

Voor we huiswaarts keren, stoppen we nog bij een monument ter nagedachtenis van het heroïsche verzet van de Griekse soldaten tegen de Italiaanse invasie in 1940. Bovenop de heuvel waar het standbeeld staat, heb je een weids uitzicht. We horen ineens geklingel van schapenbellen. Bij de bergflank aan de overkant volgt een herder zijn kudde schapen. Mijn blik blijft hangen bij dit idyllische tafereel en ik luister naar het zachte gerinkel dat als een watervalletje de groene bergheuvel afklatert. Het is al namiddag en als we nog naar Dodoni willen moeten we gaan. Wanneer de auto het steile weggetje neemt naar het hotel toe en we daarna de manden uit de koffer halen zegt Yiannis op plagerige toon: ‘Laten we één mandje verstoppen en Rita zeggen dat we niet veel paddenstoelen gevonden hebben’. Maar na al die jaren kent ze haar mannetje en komt vlak na ons binnen met de tweede mand.

Kaas maken met Lena

 

DSC_0077Net na aankomst in hotel Porfyron in Ano Pedina, hadden we al een afspraak met Lena die ons een workshop kaasmaken zou geven. Nog maar net had Rita, onze gastvrouw, een drankje uitgeschonken voor ons allen, of de telefoon rinkelde al. Het was Lena om te vragen of we goed waren toegekomen en of we weldra langs kwamen. We vertrokken onmiddellijk naar het naburige dorpje Elafotopos, waar ze haar agrotoeristisch gastenverblijf Xenonas Rokka uitbaat. Rita had ons goede instructies gegeven om de weg te vinden. Aan het begin van het dorpje zagen we ook meteen het bord met Xenonas Rokka erop. Ver kon het niet zijn, dus liepen we rechtdoor het dorp in. Na wat paadjes tussen de huizen verkend te hebben, konden we het alsnog niet vinden. Alle luiken en deuren waren dicht, het dorp lag er verlaten bij en er was geen ziel te bespeuren aan wie we het konden vragen. Uiteindelijk was Lena zelf naar buiten gekomen omdat ze ons had gezien. We werden hartelijk verwelkomd en kregen meteen iets te drinken aangeboden. Ze stelde haar schoonmoeder voor die mee zou helpen bij het maken van de kaas, zij had immers de meeste ervaring. Een grote ketel met schapenmelk van hun eigen kudde, stond reeds op het vuur. Lena legde ons uit dat de melk eerst een bepaalde temperatuur moest bereiken voordat we het stremsel konden toevoegen. Terwijl we wachten, schotelt ze ons alvast een bordje met ‘anthoturo’ en ‘muzithra’ kaas voor, samen met enkele sneden vers gebakken brood.DSC_0078 Na het toevoegen van het stremsel moet de melk opnieuw op het vuur gezet worden tot ze de juiste temperatuur bereikt. Daarna ontstaat het kleine mirakel waarbij de melk verandert in kaas. Terwijl we wachten tot dit gebeurt, stelt Lena voor om boven in het gastenverblijf een kijkje te gaan nemen. Ze vertelt ons dat dit een zeer oud huis is. Aan beide zijden van de lange gang die de volledige lengte doorkruist en die ‘sala’ genoemd werd, bevinden zich de gastenkamers. Het ene uiteinde heeft grote deuren die uitgeven op een soort koertje. Lena zegt dat vroeger de dieren de benedenverdieping innamen en dat de keuken zich buiten bevond. Op het koertje hangt nu de was te drogen, het uitzicht over de bergen is adembenemend. Aan de andere kant staat een groot weefgetouw. Schapen leveren niet alleen melk, ze leveren ook wol en ook daarmee gaat Lena aan de slag. Na het wassen wordt de wol gekamd met een specifiek apparaat dat bestaat uit twee wielen die aangedreven worden met een hendel. Terwijl je met één hand aan de hendel draait, steek je met het andere de wol tussen het ene wiel. Dit draait rond terwijl de tandjes van het tweede wiel de wol kammen.

Na deze handeling kan men een lange reep gekamde wol ervan halen. Natuurlijk hebben we nu nog geen draad, de wol moet eerst gesponnen worden. Lena neemt een spinrokken en toont ons hoe we een draad kunnen maken. Het lijkt gemakkelijk wat ze doet, maar een eenvoudig is het niet. In het Grieks noemt het spinrokken ‘rokka’. Het vraagt heel wat inspanning om tot een mooie bol wol te komen. Ondertussen roept haar schoonmoeder van beneden de trap dat de kaas zijn temperatuur bereikt heeft en we moeten komen. Ze legt haar spinrokken op kant en vertelt snel dat ze ook werkt met vilt. We worden begeleid naar nog een ander kamertje waar ze haar laatste creaties toont. Alvorens we terug naar beneden gaan, toont ze ook nog snel even hoe het weefgetouw werkt. Haar schoonmoeder stelt voor om de grote ketel op tafel te zetten, zo kan iedereen het beter zien. Het eerste wat nu moet gebeuren, is met een mes door de klomp fetakaas gaan die zich heeft gevormd en er kleine vierkantjes in snijden. Vervolgens wordt de fetakaas uitgeschept in ofwel een neteldoek, zoals het vroeger gebeurde, of in een plastiek vorm met gaatjes zodat het vocht eruit kan lekken. Met het geelachtige vocht dat nu overblijft, gaan we opnieuw de keuken in. Er kan anthoturo van gemaakt worden, of muzithra, twee zachtere kazen. We kiezen ervoor om muzithra te maken. Terwijl het kookproces voor de tweede maal aan de gang is, blijven we niet stilzitten. De schoonmoeder heeft reeds een kommetje uit de koelkast gehaald met wat muzithra in. We gaan kaaskoekjes bakken, zegt ze. Eieren, bloem, munt en water worden toegevoegd en voor we het goed en wel beseffen vliegen de koekjes de braadpan met hete olie in. Ondertussen wordt de kaas in de gaten gehouden. Wanneer het vocht opnieuw de juiste temperatuur bereikt heeft, wordt de gestolde kaas in een vergiet geschept, waar het kan uitlekken. De koekjes zijn inmiddels ook klaar. Lena legt ons ook nog uit hoe ze boter en yoghurt maakt.

Hier in deze agrotoerismo zijn helpende handen steeds welkom. Zo kan je bijvoorbeeld ook meegaan om de schapen te helpen melken, de groenten te plukken of het graan te helpen dorsen. Intussen is er een vrouw toegekomen die Lena hartelijk begroet. Ze stelt ons voor aan Georgia, de gids met wie we aanvankelijk onze trektochten wilden doen. Maar omdat ze reeds een groep begeleidde, suggereerde ze om contact op te nemen met haar collega Manolis. Ze stond er echter op ons te ontmoeten, dus toen Lena ons uitnodigde op het terras, vergezelde ze ons naar buiten. De tafel werd gevuld met de kaaskoekjes, brood en tsipouro, de lokale jenever. Een van haar herdershonden ging terug liggen op z’n plekje, het muurtje in de zon bij de ingang. Georgia vertelde ons over haar geplande trektochten, over haar doctoraatsstudie, DSC_0111hoe ze het landschap helpt in kaart brengen,over haar toekomstplannen, over hoe ze na de ingenieursstudie geologie ook haar kennis wil uitbreiden naar de cultuur van deze regio. Ze vertelt boeiend, haar ogen fonkelen met enthousiasme en uit haar gezicht spreekt vriendelijkheid. Ze heeft één vraag voor ons: waarom de Zagori? Net als Lena had ze oudere mensen verwacht. Ook zij stelde ons de vraag waarom we geïnteresseerd waren om kaas te maken. Het antwoord is duidelijk, zoals steeds meer mensen, hebben we de behoefte om terug te keren naar de oorsprong, naar de eenvoud en de eerlijkheid. De tsipouro vloeit en het gesprek gaat heen en weer met nieuwsgierige vragen. De avond valt stilaan en het is tijd om terug te keren naar Rita en Yannis die voor ons een avondmaal bereid hebben. Maar niet zonder warm afscheid. De muzithra krijgen we mee zodanig dat Yannis er een ontbijt mee kan maken. En oh ja, als we willen kunnen we altijd nog even langskomen.

Greekimpression

Sharing impressions, creating experiences

Vivre Athènes

Sharing impressions, creating experiences

Family Experiences

Sharing impressions, creating experiences

Life In The Donkey Lane

Embracing the uncertain, trusting the journey

homeingreece

enjoying life in Greece, economic crisis and all!

Katerina's Kouzina

Sharing impressions, creating experiences

skopelosnews

a blog about life on Skopelos

Reilen en zeilen in Griekenland

Sharing impressions, creating experiences

Geertje in Griekenland

schrijfsels vanuit de havenstad Piraeus

Ander Griekenland

Just another WordPress.com site

%d bloggers liken dit: