Geen betere remedie voor een koude, mistige winterdag dan een bezoek aan een museum. En wat voor één! Het Louvre-Lens is echt een pareltje! We kozen voor een bezoek aan La Galerie du temps.
Reeds bij het binnenkomen, maakt het gebouw dat bestaat uit glas en ronde vormen een welkome, open indruk. Dit is een museum dat leeft, waar je dingen kan doen en waar zelfs kinderen zich kunnen uitleven. Er is een kenniscentrum waarin je een grote bibliotheek vindt met allerlei naslagwerken, een lees- en speelhoekje met kleurrijke kussens en lage tafels met stoeltjes waar de allerkleinsten via educatieve spelletjes en boeken op ontdekking kunnen gaan in het verleden en er zijn ook verschillende expositieruimtes. Dat alles geeft uit op een grote tuin die er nu wel wat triestig bij ligt. Wat mij nog het meest verbaast, is het feit dat de toegang tot La Galerie du temps gratis is!
Ik hou van musea die je bij het binnenkomen van je sokken blazen. De eerste aanblik wanneer je de galerij binnenkomt, zorgt exact voor dit effect. De ruimte is open, je kijkt van voor naar achter, alle kunstwerken staan niet, zoals meestal gebruikelijk is volgens tijdsvak opgesteld, maar chronologisch. Je kijkt dus van het ontstaan van de eerste beschavingen zo’n 3000 jaar v.C tot aan de Moderne Tijd. Er zijn onder meer vondsten uit Mesopotamië, Perzië, India, Egypte, Griekenland, Italië, Frankrijk, Turkije, Noord-Afrika en Spanje. De zijwanden bestaan uit glanzende aluminium platen, op de rechter wand is een tijdlijn aangeduid, zo weet je precies wanneer je een rij kunstwerken bekijkt, waar in de tijd je je ongeveer bevindt. En vooral er is ruimte, de kunstwerken staan vrij opgesteld, je kan er rond wandelen, je kan dichtbij komen, je hebt een mooi overzicht. Zelfs met veel mensen in de ruimte, heb je niet het gevoel op elkaar gepakt te zitten of je te moeten verdringen om iets te bekijken. De audiogids is uitgerust met een wifi-signaal en geeft bijzonder scherp alle artefacten in 3D weer. Je hoeft maar te swipen en je kan de uitleg beluisteren. Mijn oog glijdt onmiddellijk naar de linkerzijde, naar de vondsten uit de periode die mij het meeste boeit. Maar aangezien ik mijn tijdlijn niet overhoop wil halen, loop ik in ‘boustrofedon’ van links naar rechts en van rechts naar links.  Het duurt niet lang of ik ben naar de Griekse Oudheid gereisd.
Het allereerste beeldje links voert mij al meteen naar de Cycladische beschaving uit de prehistorische periode. Ik lees dat het om een naakte, vrouwelijke afgod gaat die gevonden werd op het eiland Syros in Griekenland. Men noemt dit soort beelden Cycladenidolen, naar het Griekse woord ‘eidolon’ wat afbeelding betekent. Deze afgodsbeeldjes die meestal gemaakt zijn uit marmer en vaak vrouwelijke trekken vertonen, verwijzen hoogstwaarschijnlijk naar de Moedergodin. Ik vind ze prachtig de Cycladenbeeldjes. In al hun eenvoud stralen ze iets heel krachtig uit.
Verdergaand in de tijd, is het de grote dypilonvaas die in het oog springt. Deze grafvaas met zijn kenmerkende geometrische patronen, beeldt de ‘prothesis’ uit, de opbaring van de dode. Dit soort kraters hadden vaak ook geen bodem zodat het plengoffer gemakkelijk in het graf kon doordringen. Ze kregen de naam Dypilon omdat er verschillende werden teruggevonden bij de Dipylonpoort in Athene. Deze dubbele poort was de voornaamste poort in de ommuurde stad. Van de agora naar de Dipylonpoort liep er een brede weg, die ook Panathenaeïsche weg werd genoemd. Ten zuidwesten van de poort lag namelijk het Pompeion, van het Grieks ‘πομπή’, ‘pompi’ wat processie betekent. Vandaar vertrok dus de processie van de Panathenaeën naar de Akropolis.
Even naar rechts, kom ik een knappe jongeman tegen. Deze marmeren ‘kouros’ werd gevonden in het heiligdom van Asklepeios, op het eiland Paros. Deze rigide, gestileerde beelden vertoonden een Egyptische invloed en symboliseerden het mannelijk ideaal. Met zijn gevlochten, lang haar vertoont de kouros die we hier zien ook een Kretenzische invloed. Kouroi werden geplaatst in tempels of op begraafplaatsen om zo te herinneren aan het atletische ideaal.
Vlak naast hem staat nog een voorbeeld van een mannelijk ideaal: de ‘diskophoros’, ‘hij die de discus draagt’. In tegenstelling tot de ‘diskobolos’, ‘hij die de discus werpt’, staat deze atleet afgebeeld in de houding waarop hij de discus gaat werpen. Hij staat stil, in volle concentratie, de tenen gekruld om de rand van het blok waar hij op staat, klaar om een draaibeweging te maken en te werpen. Het beeld is een Romeinse kopie naar het origineel van Naucydes. Als je heel dichtbij een Grieks beeld gaat staan, dan zie je duizenden sterretjes fonkelen in het marmer. De steen is zo glad, de vormen zo gesculpteerd dat het haast echt lijkt. Ik herinner me dat mijn moeder in mijn kamer waar ik vroeger sliep als klein meisje, een stenen plakketje aan de muur had gehangen met de afbeelding van een diskobolos. Mijn ouders hadden het meegebracht als souvenir van een reis naar Griekenland. Ik herinner me ook nog dat ik toen heb gevraagd wat het voorstelde. Heel vroeg al bleek ik nieuwsgierig naar de Griekse cultuur.


Even verderop komen we terecht in de Klassieke Oudheid. We zien er een stèle in Pentelisch marmer die gevonden werd op de Akropolis. Bovenaan de stèle staat de godin Athene afgebeeld met de ‘Demos’, of het ‘Volk’. Onderaan in de steen staat in het Grieks de boekhouding van het Parthenon gebeiteld.
Als laatste neem ik jullie mee bij het beeld van Hermaphrodite, een Romeinse kopie vervaardigd uit Carrara marmer naar het origineel van Polycles die werkzaam was in Alexandrië. Het beeld is een en al sensualiteit en zit vol contrasten. Het beeld ligt, maar de voeten zijn gestrekt in een speelse houding. Sommige zien er de personificatie van de dag en de nacht in. Maar wie even rondom het beeld heen loopt, ziet iets merkwaardigs: het beeld heeft een borst èn een mannelijk geslacht. Ovidius beschrijft ons in zijn boek ‘Metamorphosen’ de mythologie achter dit mooie beeld. Hermaphrodite was de zoon van de god Hermes en de godin Aphrodite. Deze jonge man was van een oogverblindende schoonheid en toen hij op een dag op pad ging om te jagen, nam hij een duik in het koele water van het Karia meer (gesitueerd in het huidige Bodrum). Daar ontmoette hij de naïade Salmacis, een waternimf die ogenblikkelijk verliefd op hem werd. Zij zwom hem achterna en klemde haar lichaam om hem heen. Hermaphrodite poogde haar op een afstand te houden, maar zij smeekte de goden om hen te verenigen. Haar smeekbede werd verhoord en Hermaphrodite kreeg naast zijn mannelijke geslacht, ook vrouwelijke borsten. Zo werd hij een tweeslachtig wezen. Hermaphrodite vroeg zijn goddelijke ouders om dit ongedaan te maken, maar dit kon niet meer. Eén wens ging wel in vervulling: hij wenste dat eenieder wie in het meer baadde, hetzelfde lot zou ondergaan.
Ook in de biologie gebruikt men nog steeds de term hermafrodiet voor een tweeslachtig wezen, dit zowel voor mensen, dieren en planten. Tweeslachtige dieren kunnen zich voortplanten door parthenogenese, wat maagdelijke voortplanting betekent. Tijdens onze workshop beekeeping bij Mozes in de Zagori, leerden we zo ook dat bijen een bijzondere vorm van parthenogenese kennen.
Ik blijf geruime tijd staan en bewonder het beeld. Wie dit ook wil doen, moet absoluut eens naar het Louvre-Lens. Of gewoon naar Griekenland, want daar staan de musea vol met prachtige kunst!

Onze laatste dag in de Zagori, we nemen afscheid van Rita en Yiannis en hun mooie hotel Porfyron. Maar voor we dit prachtig stukje natuur verlaten, rijden we eerst nog richting het dorp Tsepelovo. Hier hebben we afgesproken met Mozes voor een workshop beekeeping. Deze oude ambacht gaat terug tot de Minoïsche tijd. Op Kreta werden er voorraadkruiken teruggevonden met sporen van honing en ze maakten ook mede, een gefermenteerde honingdrank. Dat de bij een belangrijke rol speelde bij de Minoërs kan men zien aan de afbeeldingen en sieraden in de vorm van een bijenhanger. Potnia, de Moedergodin werd ook de Zuivere Moederbij genoemd. Later liep deze cultus over in die van de Olympische goden. De priesteressen die Artemis vereerden werden bijen genoemd. Bij de Myceners vinden we dan weer de tholosgraven terug die de vorm van een bijenkorf hadden. Homeros vertelt ons dat de god Apollo zijn profetische gave kreeg van drie bijenmaagden die Thriae werden genoemd. Een afbeelding van deze Thriae werd teruggevonden op gouden plaketten op de archeologische site van Kamiros op Rhodos. Ook de priesteres van het orakel in Delphi wordt aanvankelijk de Delphische bij genoemd. Maar het is pas Aristoteles die de biologie van de bij gaat onderzoeken. En in zijn theorieën gebruikt hij het bijenvolk als metafoor voor de mensenmaatschappij. In de mythologie is er dan weer het verhaal van Aristaios en de bijen en op Kreta was Melisseus, de bijenman, de vader van de nimfen Adrasteia en Ida. Ook in de taal wordt er verwezen naar honing. Zo betekent de naam Merope ‘honinggezicht’ wat naar welsprekendheid verwees. Het Nieuwgriekse woord voor honing is nog steeds ‘meli’. De bij is dus al heel lang aanwezig in de geschiedenis van Griekenland.
We zijn laat en het is even zoeken voor we zijn huis vinden. Er zijn weinig mensen op straat, net als in de andere dorpen heerst een gevoel van verlatenheid. Opeens zie ik rechts van de weg een groot bord met een bij erop. Hier moet het zijn! En ja hoor, meteen komt er iemand naar ons toe. Omdat we niet weten waar parkeren met het kleine busje, helpt hij ons het hek binnenrijden. Een tweede man komt aangelopen, hij stelt zich voor als Mozes. ‘We waren op jullie aan het wachten!’ lacht hij. ‘Willen jullie eerst een koffie drinken?’ We stemmen in en nemen plaats op het balkonterras.Ik weet niet goed wat ons te wachten staat en of dit wel zal meevallen, ik word er een beetje zenuwachtig van. De twee mannen gaan binnen rommelen in de keuken, na enige tijd wordt ons gastvrij Griekse koffie geserveerd. We maken een praatje, het ijs geraakt stilaan gebroken. Mozes verdwijnt weer het huis in en geeft allerlei instructies in het Grieks aan z’n vriend. Er wordt een tafel naar buiten gebracht, een groot computerscherm verhuist ook naar buiten en kabels worden aangesloten. Ik kijk verbaasd naar het gebeuren. ‘Wat krijgen we nu?’ dacht ik. ‘Als jullie het goed vinden, zullen we jullie eerst wat uitleg geven over het complexe leven van de bijen,’ zegt Mozes, ‘mijn vriend hier zal voor jullie vertalen in het Engels want ik heb nog geen Engelse versie van mijn powerpoint.’ Bleek dat we eigenlijk z’n eerste buitenlandse publiek waren.

Ik voel dat mijn maag knaagt. We zijn de tijd uit het oog verloren, ondertussen is het al middag. Terug op het balkon heeft Mozes een leuk voorstel: of we samen iets willen drinken? ‘Ja, graag. Maar we hebben ook honger!’ ‘We kunnen anders naar het dorp gaan en enkele mezzedes bestellen, ik zou jullie hier iets aanbieden, maar ik heb eerlijk gezegd niet zoveel in huis.’ We rijden een kort stukje naar het dorpsplein. Zoals overal hier staat in het midden een grote plataan en is er één dorpscafé te vinden. Ik vraag mij eigenlijk af waar ze hier gaan winkelen, ik heb nog nergens een winkel gezien, zelfs geen kruidenierswinkel of een bakker. We nemen plaats op het terras. De cafébaas komt langs om op te nemen. ‘Zullen we tsipouro bestellen?’ Sterke drank op een lege maag, komt dit goed? Oké, dan maar. Laten we gaan voor tsipouro. De kleine flesjes worden op tafel gezet, samen met de druppelglaasjes en een mandje brood. Als een uitgehongerde wolf stort ik mij op het brood. Vrij snel volgen er nog meer bordjes: kaas, bonen, tzatziki… en iets waarvan ik vermoed dat het levertjes zijn. Mozes’ vriend die naast me zit, bevestigt mijn vermoeden. De tsipouro maakt de tongen los en brengt het gesprek op gang. Ook hem lijkt de sterke drank goed te doen, terwijl hij net nog zo onzeker overkwam, volgt nu de ene vraag na de andere, heeft hij zoals de meeste Grieken een uitgesproken mening over alles en maakt zelfs af en toe grapjes. Zijn inzichten zijn interessant, ik verschiet soms. Het gesprek gaat over België en Griekenland, over werkloosheid, over inkomsten en huur, over landbouw, over het leven zelf.
Mozes vindt dat hij te oud is om nog van leven te veranderen of naar een ander land te verhuizen, maar hij knikt naar zijn vriend en zegt dat hij dit wel nog kan doen. Ik zeg dat elke dag een nieuwe mogelijkheid is om te veranderen. Mozes is met verstomming geslagen. ‘Jouw woorden raken mij.’ zegt hij. ‘Ik wil ze opschrijven. Mag ik ze opschrijven?’ Ik twijfel of hij het serieus meent, ik knik ja op z’n Grieks, bijna zoals wij nee zeggen, met de kin een halve slag naar links, deze keer het soort ja die er van de buitenkant uitziet als heel overtuigend, maar waarvan je – of ik dan toch – je stante pede afvraagt of de persoon in kwestie eigenlijk compleet het tegenovergestelde denkt. Hij grabbelt naar z’n portefeuille op zoek naar een papiertje. Het is natuurlijk wel een feit, en dat vergeet ik telkens weer, dat Grieken veel grootser zijn in emotie dan wij noorderlingen. Er wordt nog meer tsipouro besteld en nog meer hapjes. Een jongeman in legeruniform gaat alleen zitten aan een ander terrastafeltje. We vragen wat zij hier doen. ‘Ze zijn ingezet om extra controle uit te oefenen voor de vluchtelingen.’ Inderdaad, bij het binnenkomen van het dorp zagen we een gezin met kinderen langs de kant van de weg zitten. De jongeman met lichte ogen staart voor zich uit, hij heeft een indringende blik. Het wordt stilaan tijd voor ons om te vertrekken. Maar niet alvorens we op vraag van Mozes onze gegevens hebben uitgewisseld. Als we willen betalen, komt hij tussenbeide en zegt dat hij trakteert. We willen niet, maar hij staat er op. Wat hij verdiende aan de honing, geeft hij ons terug. Ook dit is Griekse gastvrijheid.
We maken nog één stop. Yiannis van hotel Porfyron, liet ons de man van Zagori zien. Maar in de reisgids lezen we ook dat er een vrouw van Zagori is. Dit standbeeld werd opgericht ter ere van de vrouwen in de Grieks-Italiaanse oorlog van 1940-1941. Onder harde weersomstandigheden en hun eigen leven riskerend, droegen ze zware pakken op hun rug met voedsel en ammunitie voor de strijders aan het front. Het duurt niet lang of we zijn terug in Ioannina met zijn mooie meer en geheimzinnige wolkensluiers.
Een regenachtige, winderige herfstdag in Brussel, de gladde kasseien weerspiegelen de stad in plassen. We haasten ons van de parking naar, wat voor mij nog een verrassing was, het Griekse restaurant Strofilia. Helemaal blij – dit stond op mijn verlanglijstje – stappen we binnen.  Het interieur oogt modern, witte tafels en stoelen, kleurrijke palen, abstracte vormen in de muren en deuren verwerkt. Een wand is volledig bedekt met houten restanten van wijnkratten. Ook de bar oogt trendy, dit soort plekje zou je ook in Thessaloniki kunnen vinden of in eender welke grote stad. Achteraan bevindt zich nog een zaal, er staan donkerhouten stoelen en tafels. Het meer klassieke interieur vormt een mooi contrast met het gedeelte vooraan. We worden vriendelijk onthaald door een jonge Griekse vrouw. Hoewel grote ramen uitgeven op straat, ben ik een andere wereld binnengestapt. Binnen is het gezellig warm en is het licht zacht, er speelt Griekse muziek op de achtergrond. Brussel vervaagt in de regen, binnen schijnt de Griekse zon.

Ik heb geen zin om terug naar buiten te gaan, de regen gutst nu met dikke druppels uit de hemel. Wanneer we betaald hebben en rechtstaan om te vertrekken, groet ook de gastheer ons vriendelijk. ‘Hebben jullie geen paraplu meegenomen?’ Ik lach naar hem en haal mijn schouders op. We trotseren de bui, vastbesloten om nog eens terug te komen. Er is namelijk ook nog een wijnkelder en een groot assortiment Griekse wijnen om te ontdekken!
We hebben afgesproken met Manolis bij de ingang van het dorp Dilofo. Met z’n nordic stick, rugzak en sportieve kledij herkennen we hem meteen. Hij komt naar ons toe en begroet ons vriendelijk. ‘Zijn jullie klaar om te vertrekken?’ We knikken enthousiast. De tocht begint bij het dorpsplein van Dilofo, waar zich in het midden – zoals in zovele Griekse dorpjes – een oude plataan bevindt. Het zijn prachtige bomen die in de hitte van de zomer voor verkoeling zorgen door hun schaduwrijke bladeren. De meeste zijn geplant tijdens de Turkse overheersing. Het was toen de plaats waar de burgers hun belastingen moesten betalen. Aangezien er ook geen straatnamen of nummers zijn, is het tegenwoordig eveneens de plaats waar de postbode heen komt en waar de mensen hun post komen afhalen of hun rekeningen betalen. Rondom de plataan staan terrastafeltjes en kleurrijke bloempotten fleuren het pleintje op. Achter de indrukwekkende plataan staat een al even indrukwekkend gebouw. Het herenhuis ‘Archontiko Makropoulou’ valt voornamelijk op door zijn hoogte. Manolis vertelt ons dat de eigenaar opzettelijk het huis zo hoog liet bouwen zodanig dat zijn vrouw, die afkomstig was van een naburig dorp, vanuit het huis ook haar geliefde dorp kon zien. Het herenhuis kreeg later een nieuwe bestemming en deed dienst als school. Tegenwoordig staat het mooie gebouw echter leeg. Dilofo betekent ‘twee heuvels’, het dorp werd zo genoemd omdat het amfitheatergewijs aan de voet van twee heuvels gebouwd werd. Het is eveneens een prachtig voorbeeld van de typische architectuur van de Zagori met als kenmerkend element de leistenen daken.
Hoewel ze langs de weg ligt en er auto’s passeren, vind ik het één van de mooiste. De stenen van deze bruggen zijn robuust en verweerd. Pippis komt gewillig naast me zitten en poseert nog een laatste keer. Na ons gaat een ouder koppel foto’s nemen op de brug. De tocht zit erop en we keren te voet terug naar Dilofo, het dorp waar we zijn vertrokken. We volgen een stuk langs de autoweg, waarna we weer de beboste heuvel op gaan. Onze trouwe hond blijft zitten bij de parking, misschien hopend op een nieuwe groep wandelaars. We roepen hem na, maar verstard blijft hij zitten. Het is warm geworden en moeizaam klauter ik de heuvel op. Dan ineens duikt Pippis naast me op. Ik kijk hem aan. Samen naar het dorp? Moe maar voldaan, kijken we uit over de leistenen daken van Dilofo.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.